maandag 21 mei 2018

Hoog vakantiegevoelgehalte op de fiets in West- en Oost-Vlaanderen

Toerist in eigen land, -wat zeg ik-, eigen provincie. We willen dit weekend fietsen naar Gent via Kortrijk en met behulp van de fietsknooppunten.

Zaterdagmorgen vertrekken we vanuit Oostkamp om na 76 prachtige fietskilometers aan te komen in het drukke Kortrijk waar heel veel volk op de been is. We heuvelden via Loppem, Zedelgem, Baliebrugge, Lichtervelde en Koolskamp (dorp van het Belgisch kampioenschap wielrennen). Daar zou in de kerk het oude praalgraf te zien zijn van Jacob van Lichterveldesouverein-baljuw van het Graafschap Vlaanderen in de beginperiode van de Bourgondische hertogen. Maar... God is niet thuis, de deur blijft toe. Na een koffie bij bakkerij Annelore, vlak tegenover de kerk, rijden we verder naar Ardooie, Emelgem, Izegem en Heule. Het eerste stuk gaat het vlot naar beneden, we rijden immers over de cuesta van Tielt-Koolskamp.







Heerlijk afwisselend met een goede windrichting. Het zonnetje doet ons genieten van kleine dorpen, kapelletjes, molens en kerkewegels. Zoveel onbekend moois zo dicht bij huis. We worden ontroerd door de intact gebleven lindenbomen rond de landelijk kruisen, de vlasmolen en de watermolens. De tijd stond hier stil. Op de route kruis je ook de Wastina-route. Dit oude woord "wastina" verwijst naar een woestenij, met andere woorden een oud heidegebied. Deze gebieden herken je vaak aan hun benamingen met "veld" (denk aan Veldegem, Lichtervelde, provinciedomein 't Veld).  


In Izegem belanden we midden een wielerwedstrijd. Het schoenmuseum, Eperon d'Or, was jammer genoeg gesloten. "Eperon d'Or" is een voormalige schoenfabriek en is in gebruik als industriële erfgoedsite. Het museum herbergt de schoenen- en borstelcollecties van de stad Izegem en daarnaast ook een streekbezoekerscentrum. Het voorgebouw staat op de inventaris onroerend erfgoed en is beschermd als monument. We komen er ook voorbij de grootste watertoren van Vlaanderen: 25 m doorsnee en goed voor 2.300.000 liter water.



Kortrijk bereiken we na 76 kilometer. Ik wist niet dat je Kortrijk op zo’n prachtige manier kon binnenfietsen via Heule en het Astridpark.


Ook even passeren aan het lokale Partena-kantoor. Maar er is geen koffie of pintje te krijgen... :-)



Even vinden we rust in het begijnhof.


Het laatste begijntje ter wereld was Marcella Pattyn. Ze deed haar intrede in het begijnhof van Sint-Amandsberg in januari 1941 en verhuisde eind oktober 1960 naar het Kortrijkse begijnhof. De laatste jaren verbleef ze in een verzorgingstehuis in Kortrijk. Ze overleed in 2013 in haar slaap. Naar haar werd een standbeeld gemaakt dat nog steeds te bezichtigen is in het begijnhof.


Het is een leuk hotel "Full House Hotel" waar alle kamers een snoepnaam dragen. De afscheiding tussen slaapruimte en badkamer is een aquarium. De ambiance zit er in Kortrijk in met het Bockor Rock festival met vanavond Coco Junior. Wat een volk!



Op zondag zetten we deze verrassende verkenning van West- en nu ook Oost-Vlaanderen verder. Na een rijkelijk ontbijt gaat het via de knooppunten verder naar Vichte en Wortegem-Petegem naar Oudenaarde. We rijden door een prachtig landschap en de liefelijk groene dalen worden afgewisseld met mooie uitzichten. 



Watermolens, een militair kerkhof (Vichte - er rusten hier nu 226 Britten en 12 Canadezen.) en een mooi zicht op de Vlaamse Ardennen. Magnifiek. De middagpauze met verse soep aan de waterplas van het Outsider Cableparc, in de schaduw van Oudenaarde, komt zeer gelegen.







In Oudenaarde zelf bewonderen we de gotische Sint-Walburgakerk en het stadhuis en we rijden ook even tot aan Tacambaroplein. Op dat plein staat een mooi standbeeld van Prins Charlotte, dochter van koning Leopold I en keizerin van Mexico.





Na Oudenaarde, de stad van het Ronde van Vlaanderen-museum, verandert het landschap drastisch. We volgen nu de oevers van de Schelde naar Eke, Gavere en Zevergem. Rivieroevers zijn mooi, maar ze kunnen wel monotoon worden. Gelukkig mogen we hier en daar van een idyllische oude Scheldearm genieten. In Eke ligt een café vlak aan het fietspad en net voorbij de Grenadiersbrug en dat trekt op deze zomerse dag heel veel volk. Op de Schelde zijn er jachtjes, waterskiërs en jetskis. 




Via het technologiepark van Zwijnaarde en het Citadelpark bereiken we ons einddoel, Gent centrum. Tijd om af te ronden met ribbetjes in de Amadeus in het Patershol.





Deze 36 uur durende uitstap heeft een gigantisch vakantiegevoel-effect. Zalig.

Voor de precieze route, kijk je best op fietsknooppunten via Vlaanderen Fietsland.Be.

Hier zijn ze:

Dag 1: Vertrekkend vanaf de Steenbruggebrug in Oostkamp, 76 kilometer
69-82-93-25-99-97-67-10-74-95-88-72-90-82-12-89-15-75-18-44-24-53-27-57-83-55-55-21-21-20-14-14-63-10-93-83


Dag 2: Vertrekkend vanaf Broeltoren in Kortrijk, 73 kilometer, aankomst centrum Gent
83-73-27-66-6-3-64-65-14-94-27-36-6-13-18-38-42-44-46-96-93-84-82-74-65-55-43-38-29-32-40-3-2-4

donderdag 2 november 2017

Het inschatten van je dagafstanden

Je kent dat gevoel wel. Je bereidt je fietsreis voor en je tuurt urenlang naar de kaarten. Hoe weet je in hemelsnaam hoeveel kilometer je per dag zult kunt afleggen? Geraak ik op één dag in Birmingham of net niet? Wat is realistisch? Als je daarenboven op voorhand je overnachtingsplekken wilt vastleggen moet je toch minstens een idee hebben van de mogelijke dagafstanden. Als je die overschat dan kan je fietsreis uitdraaien op een stressende strijd tegen de klok. En dat willen we bovenal vermijden. De vraag is dus: wat is de gemiddelde fietssnelheid? Als je weet hoeveel tijd je per dag op de fiets wilt zitten, dan weet je onmiddellijk hoever je die dag kunt fietsen.

 

We zijn voor het antwoord op deze vraag in onze archieven gedoken. En wat blijkt: onze gemiddelde snelheid ligt op 10 à 11 km per uur. Er zijn uitschieters tot 13 kilometer per uur mar dan zaten de omstandigheden 100% in ons voordeel. Dat klinkt zeer weinig. Vandaar dat we ook even achter de verklaringen aangingen. Die gemiddelde snelheid is het resultaat van een combinatie van factoren.

 

De beste manier om je optimale aantal dagkilometers in te schatten is nog altijd: oefenen. Door op de fiets te zitten leer je best wat haalbaar is voor jou. En oefen ook eens met een volledig bepakte fiets. Je staat versteld van de impact van je bagage op de gemiddelde snelheid. Ondanks je ervaring zijn er nog heel wat factoren die je gemiddelde snelheid zullen beïnvloeden.

 

Ten eerste: wat wil ik die dag doen? Een fietsvakantie is in de eerste plaats een belevenis, een ontdekkingstocht, een plezier. Laat voldoende ruimte om interessante plekken te bezoeken, om te genieten van het landschap of om een praatje te slaan met de locals. Wij hebben echt geen zin om van onze fietsvakanties speedraces te maken. En je stopt ook al eens om de innerlijke mens te versterken met spijs en drank. Ook winkelen en picknicken moeten gebeuren. Hou bij de planning rekening met de bezienswaardigheden waar je voorbijkomt en kijk eens naar de openingsuren van de musea of parken, want niets is zo frustrerend als telkens weer voor gesloten deuren te staan.

 

Ten tweede: mik op die plaatsen waar de kans op een voor jou geschikte overnachtingsplek groot is. Ben je een kampeerder, kijk dan op de kaart waar de campings liggen en focus je op die plekken. Wil je een hotel, dan bestaan er ook voldoende websites en gidsen om op voorhand te zien waar de hotels liggen (Booking.com, de toeristische diensten, Google Maps,…). Dan is het aan jou om te antwoorden op de vraag: “stop ik na 70 km omdat hier een camping is of doe ik er nog 35 bij tot aan de volgende camping?”. Trouwens, als je geen slaapplek op voorhand boekte, dan dien je er ook rekening te houden met je eventueel hopeloze zoektocht langs ontelbare hotels. Boekte je wel een hotel of kamer, pin je dan niet vast op een te vroeg aankomstuur. Het levert enkel stress op voor jezelf. Je koopt gemoedsrust door de hoteluitbater te laten weten dat je waarschijnlijk rond 20 uur aankomt en niet om 16 uur.

 

Ten derde: hou rekening met het reliëf. Het hoeft geen betoog dat je in de vlakte sneller zult fietsen dan in een sterk heuvelachtig gebied. Vele fietskaarten en fietsgidsen geven overzichtelijk reliëfkaarten waarop je duidelijk kunt zien waar geklommen en gedaald wordt. Ook op Google-maps kun je, -eens je een traject koos-, de hoogteverschillen zien. Hou er wel rekening mee dat de schaal variabel is. Kijk dus goed naar de hoogtemeters aan de rechterkant. Hou bij het inschatten van je dagafstand in berggebied rekening met je eigen capaciteiten. Staat er klimwerk op het programma, respecteer dan je lichamelijke limieten. Het is echt niet nodig om als een razende gek een beklimming te doen als je de volgende dag geradbraakt verder moet fietsen. Doseren, pauze nemen, rustig verder trappen. Maar dat vergt tijd en die tijd moet je in de planning voorzien. Ik gebruik die hoogteprofielen ook om een stopplaats te bepalen. Ik geef er de voorkeur aan om op dag 1 net dat tandje bij te steken om op de top van een heuvel te kunnen overnachten en dan de volgende morgen onmiddellijk aan de afdaling te kunnen beginnen. Ik geef toe, het is puur psychologisch.

 

Ten vierde, als fietser ben je overgeleverd aan de natuurelementen, regen en wind. Wind is natuurlijk variabel, maar tijdens het voorbereiden van een fietsvakantie kijk ik ook graag naar de overwegende windrichtingen voor de streek waar we doorheen gaan. Het woord “overwegende” is daarbij belangrijk. We weten allemaal dat de wind vaak de neiging heeft om net op jouw fietsdag even van richting te veranderen en je het leven zuur te maken. Maar toch, een verwittigd mens is er twee waard. Zo is er de website van Windfinder (https://www.windfinder.com/#3/52.5170/13.4000) waar je voor heel wat plaatsen de overwegende windrichting en windsterkte kunt vinden. Ook op Windy.com vind je zeker je gading. (https://www.windy.com/?51.210,3.225,5,m:ePJaf2Z)

 

Ten vijfde: In welke omgeving fiets je. Landelijk of stedelijk? Op goede fietspaden? Of is de fietsinfrastructuur ondermaats? Lekker doortrappen op een fietssnelweg met een effen asfaltwegdek, dat gaat goed vooruit. Daarentegen zal het heel wat meer tijd vergen om te slalommen doorheen woonwijken, parken en bossen. Vergeet niet dat oversteekplaatsen en verkeerslichten ook voor fietsers gelden (J) en dus je gemiddelde snelheid naar beneden zullen brengen.

 

Ten zesde: hou er rekening mee dat je ook wel eens verkeerd rijdt. Het kan de besten overkomen.

 

Tenslotte… Hoe is het met de benen gesteld? Dat ene glaasje wijn teveel de vorige avond doet er echt geen goed aan en die dubbele portie eieren met spek blijft net dat beetje te lang op je maag liggen zodat je ’s morgens niet echt op dreef geraakt. Het zit niet alleen in de beenspieren maar soms ook in het “kopje”.

 

 

 

Wim Demey

 

Blog: http://wimenrianaarcompostella.blogspot.be/

 

 

maandag 23 oktober 2017

Wat kost een zelf georganiseerde fietsvakantie?

De vraag die me vaak wordt gesteld is “hoeveel kost zo’n fietsreis?”. Die vraag kan ik pragmatisch beantwoorden: “Zoveel je zelf wilt”.  De eenzame fietser die graag van camping naar camping trekt en zijn neus niet optrekt voor een nachtje in de stal naast de kalveren zal natuurlijk minder betalen dan iemand die elke avond een vers gestreken ledikant opzoekt en ’s morgens wil genieten van een ontbijt met cava. Dat is het voordeel van een fietsvakantie: je hebt de volledige vrijheid om ervan te maken wat je zelf wilt.

Vooreerst: vakantie blijft voor ons in de eerste plaats een periode van ontspanning. De laatste jaren opteren we vaker voor hotels in plaats van campings. Daardoor steeg de kostprijs van de overnachtingen. Daartegenover staat dan wel dat we de tijd die we vroeger nodig hadden om onze tenten op te zetten nu kunnen gebruiken om de stad te bezoeken.

Van al onze fietsvakanties hielden we nauwgezet bij wat we betaalden voor onze verplaatsingen en onze overnachtingen. De kostprijs van het middag- en avondeten moet je er wel nog bijtellen.

Om u een idee te geven. De fietsreis van Luxemburg naar Venetië in 2016 kostte voor twee personen 2.082 euro. In deze prijs zitten:
·        - de treinreis inclusief fiets van Brugge naar Luxemburg: 110 euro
·         -26 overnachtingen in kamers met ontbijt, jeugdherbergen en hotels: 1.721 euro
·        - de terugvlucht met SN Brussels Airlines naar Brussel inclusief de fietsen: 251 euro

In 2017 trokken we met ons tweetjes naar Engeland. We fietsten 28 dag rond. Daarvoor betaalden we 2.426 euro. Het Verenigd Koninkrijk is nu niet bepaald een goedkope bestemming, zeker niet in de vakantiemaanden. We mikten telkens op een goede slaapplek: een goed ontbijt, rustige buurt of waar mogelijk nabij een bezienswaardigheid. Bed & breakfasts, hotels of kamers bij particulieren. In de totale prijs zijn begrepen:

·         -ferry van Zeebrugge naar Hull inclusief buitenkabine, ontbijt en avondmaal: 349,30 euro
·        - 22 overnachtingen: 2.019,54 euro
·         -ferry van Dover naar Calais: 58 euro

Het begint zowat een vaste richtprijs te worden. 1.000 euro per persoon voor een maand rondfietsen. Zelfs in 2010, toen we met vier personen van Oostkamp naar Santiago de Compostela fietsten kwamen op 4.000 euro uit. We hadden toen wel het grote voordeel dat een collega onze auto naar Compostela bracht.

Kan het goedkoper? Natuurlijk. Je kunt de tent meenemen, waardoor de overnachtingskosten vanzelfsprekend zullen dalen. Je kunt op weg naar Compostela ook zoveel mogelijk in refugio’s overnachten of in kloosters en abdijen. Dat hangt van jouw persoonlijke voorkeur af.


Is dit goedkoper dan een volledig georganiseerde fietsvakantie. Ja! Eenmaal lieten we ons overhalen tot een volledig geplande en verzorgde fietsreis van Duitsland via Wenen naar Boedapest. Voor drie personen kostte dit avontuur ons +-6.000 euro, dus 2.000 euro per persoon. Daarin zaten de overnachtingen, de huur van de fietsen, bijstand onderweg, de hotels met ontbijt, een wijnproeverij. Je betaalt inderdaad een deel gemoedsrust vermits alles voor jou georganiseerd wordt, maar je verliest ook deel van je vrijheid. Zelf je route uitstippelen, zelf je dagafstanden kiezen en zelf uitzoeken in welk hotel je wilt slapen, het is deel van het avontuur. 

vrijdag 28 juli 2017

Conclusies na 1 maand fietsen doorheen Engeland

Conclusies na 1 maand fietsen

1.535 kilometer. 26 fietsdagen. We doorkruisten Engeland van oost naar west en van noord naar zuid. We reden doorheen Yorkshire, het Lake District, het Peak District. We ontdekten steden als Manchester, Liverpool, Birmingham, York, London. We volgden de oevers van de Thames, Humber, Mersey, Ouse. We stonden aan de stranden van de Ierse Zee, de Noordzee, het Kanaal. Wat is ons als fietsende reizigers bijgebleven na deze maand?

Laat ons duidelijk zijn, Engeland blijft een prachtige reisbestemming. Het heeft enorm veel te bieden op landschappelijk, historisch en cultureel vlak. Hun kunst om oude cultuur en gebouwen in stand te houden is bewonderenswaardig. Noem het gerust conservatisme. Wat vroeger goed was zal nu ook wel goed zijn. We ontmoeten heel veel behulpzame, vriendelijke en geïnteresseerde mensen. We loved it. We enjoyed it!

In de landelijke gebieden brachten de fietsroutes van Sustrans en het National Cycle Network ons via rustige landwegen naar bijzonder mooie plekken. Deze mensen, -vaak vrijwilligers-, leveren uitstekend werk, maar moeten het stellen met beperkte middelen en ze zijn voor de kwaliteit van de wegen afhankelijk van de medewerking van lokale overheden. Bedankt Sustrans!

Eens je de verstedelijkte zones binnenkomt verandert de situatie. Dan komen we op fietspaden terecht.

Komen we nog terug voor een lange fietsvakantie? Neen! Om drie belangrijke redenen.

Primo, de fietspaden, voor zover die al bestaan, zijn niet of zeer slecht onderhouden. Vaak moesten we ons een weg banen tussen onkruid, ongesnoeide struiken of afval. Het wegdek is hobbelig, beschadigd of is een amalgaam van lappen asfalt, beton of steengruis. Is er een nationale wet die stelt dat een fietspad hobbelig MOET zijn? Je moet voortdurend uitkijken voor putten. Na een maand fietsen voelen we ons murw geslagen door brandnetels en distels. Onze helm hadden we niet nodig om ons te beschermen bij een val, maar om de overhangende takken af te weren.
Trouwens, een fietspad, zelfs als die felgroen of felrood gekleurd is, heeft een zeer belangrijke functie: parkeerstrook. Daar sta je dan als fietser.

Secundo, autobestuurders hebben geen enkel respect voor fietsers of voetgangers. Eén uitzondering: bij het inhalen laten ze hoffelijk voldoende plaats over tussen de auto en je fiets. Voor de rest zijn voetgangers en fietsers hinderlijke obstakels op de weg. Nooit zagen we een chauffeur, al was het maar heel even, vertragen om een voetganger of een fietser de straat te laten oversteken. Kinderwagen of rolstoel speelt geen rol, de auto is baas! Bij regelmaat werden we de pas afgesneden door een auto die absoluut zijn voorrang opeiste. Dat je daarbij de zwakkere weggebruiker in gevaar brengt is blijkbaar geen punt. Een van de B and B uitbaters stelde een correcte analyse. "Op de weg is de auto de baas. Dus wordt de fietser naar een slecht onderhouden fietspad weggedrumd. Wat doet hij dan? Hij fietst dan maar op het voetpad waar hij voetgangers in gevaar brengt. Maar dat is niet de zorg van de autobestuurders".

Tertio, als je dan een goed fietspad vindt, dan word je regelmatig geconfronteerd met "poortjes" waarbij je je afvraagt hoe je deze hindernis neemt met bepakte fietsen. We dachten vaak:"Wie vindt deze pesterijen uit".

Onze conclusie: We komen zeker nog terug, Brexit of geen Brexit, maar dan zal het met de auto zijn. Dan zullen we ons als middeleeuwse ridders in ons stalen ros hoog boven het fietsende en wandelende gepeupel wanen.

donderdag 27 juli 2017

Dag 26: 41 km 1484 km Brabourne - Dover

Dag 26: 41 km 1484 km Brabourne – Dover









De laatste volledige fietsdag op Britse bodem. We vertrokken te laat uit de Bulltown BandB. De gastvrouw is te vriendelijk en de leuke babbel loopt er altijd uit. We like that!

Onmiddellijk na het verlaten van het huis moeten we de spieren spannen, want we moeten de North Downs op. Maar dat wisten we van vorige reizen. Deze heuvels lopen door tot aan de kust in Folkestone en Dover. Bovenop heb je wel een prachtig uitzicht op de laagvlakte en het Kanaal. Vandaar verder naar Etchinghill en dan dalen we af naar Folkestone. Vijf regendruppels en dat was het dan voor vandaag. Voor de rest van de dag kregen we het zonnetje te zien.

Het stadscentrum van Folkestone ligt hoog boven op de cliffs. De fietsroute naar Dover passeert helemaal onderaan, vlak aan het strand. Om daar te geraken moeten we sterk naar beneden afdalen. Uit tegenovergestelde richting komt een wielrenner de steile heuvel opgepuft. Hij bevestigt dat we naar beneden moeten. Als geoefende wielrenner wil hij weten wat we hier doen. Zijn reactie, als doorwinterde Britse fietser vat zowat alles samen. "Congratulations! I wouldn't want to cycle around the UK. Too dangerous and the cycle paths are terrible". Hij gaat op fietsvakantie in Denemarken, Nederland en...België We begrijpen hem.

We volgen het pad langsheen de onderste rand van de kliffen en komen terecht in het voor ons tot heden onbekende Folkestone Harbour, een kleine vissershaven warempel. Mooi. Vandaar begint het zware werk. We moeten immers de volgende kliffen over en sleuren onszelf van uitzichtpunt naar uitzichtpunt omhoog. Is het toevallig dat de camping hier "Little Switzerland" heet? We komen steeds hoger boven de stad en bereiken na al dat geklim eindelijk het hoogste punt, hoog boven de zee en de A20. Vanaf hier zie je Dover in het oosten, Folkestone onder je en naar het westen kijk je uit over Hythe en daarachter de zoute vlakte van de Romney Marsh. Heel mooi.

Vandaar verder bovenop de kliffen langsheen het Battle of Britain Memorial ter herdenking van de gesneuvelde RAF piloten tijdens WO II. Goede plek voor een koffie en een pauze op de grasheuvels met zicht op de kliffen en de zee. We zitten hier duidelijk op een drukkere fietsroute. We ontmoeten drie Britten die de kanaalkust affietsen, een Engelse dame die in meerdere etappes van Sussex naar Land's End rijdt en een Belgisch koppel dat met de baby mee op fietsreis is. Ik durf me niet inbeelden hoe die met dat karretje moeten hebben gesukkeld. Ocharme die kleine? En de papa die de kar moet trekken.

De Engelse dame verwittigt ons voor de vreselijke staat van de route richting Dover. En ze had gelijk. Grote stenen, grind, putten en dat alles overgoten met een sterke zijwind. Bij momenten houden we onze fiets nog net onder controle. Maar...het landschap blijft schitterend.
Net voor we de finale afdaling naar Dover inzetten merken we rechts van ons een tunnel die steil in de klifwand afdaalt. Eerst denk ik aan een diensttunnel, maar je kunt er ook doorheen naar een afgeschermd puinplateau aan de voet de de witte kliffen. We zijn er in gegaan en zo kwamen we in een soort mininatuurreservaat terecht. Hier leven zeevogels en adders. Het is een prachtige plek om de beukende golven gade te slaan. Het imitatievuurttorentje beschermt je tegen de natuurelementen.

Na ons hier volgepropt te hebben met kersen moeten we natuurlijk wel weer uit die tunnel naar boven fietsen. Lastig, maar dat is een keuze die we zelf maakten he.

De laatste energieboost om tot aan onze BandB te komen moeten we nu leveren. We moeten de Old Military Road op...naar boven. Keisteil. Het klimmen zal ons achtervolgen de allerlaatste yard op Britse bodem. Hoe dan ook, we zijn er geraakt. We kenden de route van vandaag al van eerdere uitstappen maar toch hebben we weer veel nieuwe zaken ontdekt.

Morgenochtend staan we om 8:30 in de haven voor de check-in en dan steken we het kanaal over. Op weg naar de tussenstop in Nieuwpoort. Nog 90 kilometer te gaan.




woensdag 26 juli 2017

Dag 25: 41 km 1443 km Leeds Castle - Brabourne

Dag 25: 41 km 1443 km Leeds Castle - Brabourne

Overal zien we al de grote verkeersborden naar Dover en de kanaaltunnel. Wanneer we met de auto naar Engeland komen dan weten we bij het zien van deze borden dat we over 5 uur thuis zijn. Als fietser zit je in een ander tijdsperspectief. Wij zijn immers nog 3 a 4 dagen van huis weg. Het maakt afstand veel tastbaarder, net als het reliëf trouwens.

Eerst bezoeken we Leeds Castle, een waterburcht. Het kasteel is genoemd naar het dorpje Leeds dat bij het kasteel ligt en heeft dus niets te maken met de 300 kilometer noordelijker gelegen stad Leeds.
Het kasteel wordt reeds beschreven in het Domesday Book van Willem de Veroveraar. Het functioneerde door de eeuwen heen als Noormannenfort, verblijfplaats van zes middeleeuwse koninginnen, paleis van Henry VIII.

We bezoeken het kasteel, de tuinen en het doolhof. In het doolhof botsen we weer op...de Brexit. Een Engelsman wil weten waar we vandaan komen. Zijn zoon werkt voor Lhoist, een groot steengroevebedrijf in België en zo komt het onderwerp weer aan bod. Tuurlijk stemde hij tegen. "Nobody knows what is going to happen".

Leeds Castle is mooi maar evenaart niet Windsor Castle of Hampton Court. We hadden er meer van verwacht.

We springen terug op de fiets en rijden naar de overkant van de vallei want door Hollingbourne loopt route 17 gelijk met de North Downs Way. We zitten weer op het Nationale FietsNetwerk. Maar voor wie nu denkt, ik neem de fiets en doe die route ook, één advies: deze route is waardeloos voor gewone fietsen. Steenslag en modderpoelen (het heeft nochtans niet veel geregend de vorige dagen) maken ons het leven lastig. Onze zakken raken onderaan nat door de diepe plassen. Hoe durven ze dit een fietsroute te noemen? Op het einde kruisen we nog twee wagens waardoor we nog tussen de doornen mogen kruipen. Weg van dit pad, terug naar de drukke A20. Wat zijn daar de opties? Ofwel op weg samen met het drukke verkeer ofwel op het "fietspad". Dat laatste omschrijf je best als een rommeltje van oud asfalt, betongruis, onkruid, afval en ongesnoeide bomen. Na 25 dagen hebben we het echt gehad met hun verschrikkelijke fietsinfrastructuur...en met de chauffeurs. Eén advies voor wie een ontspannen recreatieve meerdaagse fietsvakantie zoekt: "Blijf weg uit de UK."

We zijn in Bulltown, even ten zuiden van Ashford. De BandB hier is heerlijk en de pub 3 km verder serveert heerlijk eten. De Five Bells, onze favoriet.
Maar hoe er te raken, bergop, na een uitputtende fietstocht? Wel, de uitbater van de BandB stelt ons een lift voor. Joepie en bedankt. En hoe keerden we terug? Wel, na het eten hoorden we de mensen aan het tafeltje afrekenen en we vingen het woord "Bulltown" op. Van het een komt het ander en voor het weten rijden we samen met hen in de auto trrug naar de BandB. Wat een geluk. Dankjewel Graham en Fiona. 

Morgen fietsen we naar Dover en dan de boot op, naar het fietsparadijs: Vlaanderen




dinsdag 25 juli 2017

Dag 24: 90 km 1402 km - Londen - Maidstone















Dag 24: 90 km 1402 km - Londen - Leeds Village

Deze morgen steken we de Thames over via de Greenwich Voetgangerstunnel. Vanaf Greenwich volgen we het Thames Path.

Wie ooit eens op een originele manier naar Londen wil, die neemt de ferry naar Dover en rijdt dan verder met de wagen tot in Erith, even voorbij Dartford. Neem je fiets van de auto, ga naar de oevers van de Thames en fiets vervolgens met route 1 en daarna 4 tot in het hartje van de stad. 30 kilometer lang volg je de rivier langsheen industriële gebieden, woonzones met steeds luxueuzere promenades, de O2-arena, Greenwich, de Cutty Sark,... Het is een bijzonder afwisselend en goed bewegwijzerd circuit. Slechts op 2 plekken moesten we een omleiding volgen omwille van de voortdurende bouwprojecten hier, maar we werden weer op de goede weg gezet door een fietsende vader en zijn twee jonge kinderen.

Vanaf Erith vervallen we direct weer in het oud zeer. Het mooie pad wordt een sintelpad en nadien een door onkruid en struiken overwoekerd aarden pad inclusief de hemeltergende poortjes. De bagage van Ria moet er allemaal af. Wie bedenkt zo'n pesterij voor fietsers? We hebben blijkbaar ook de laatste fase van het stedelijk gebied bereikt. We wanen ons in de endeldarm van de grootstad. Hier wordt al het stedelijke afval verzameld, verbrand, begraven en gerecycleerd. De weëige stank krijgen we er gratis bovenop terwijl we verder hotsebotsen over ons (fiets)pad. National Cycle Route number One nota bene.

In Dartford wordt Ria weer met haar neus op de harde feiten gedrukt dat je als fietser waardeloos bent. Aan het kruispunt wil ze rechtdoor de hoofdweg oversteken. Aan de overkant staat een auto die rechtsaf wil. Ria steekt over omdat ze rechtdoor gaat en zoals je van een Engelse chauffeur verwacht blokkeert hij haar midden op het kruispunt. Ik, als auto, eerst. Punt! Dit egocentrische gedrag hebben we nergens gezien in Duitsland, Oostenrijk, Zwitserland, België, Nederland, Spanje, Frankrijk,...

We naderen de hoge Dartford Bridge en rijden verder richting Gravesend en Rochester. Het fietspad loopt vlakbij de snelweg. Echt rustig kun je het niet noemen. Vliegtuigen boven ons en links en rechts het voorbijrazende verkeer.

Tijd voor pannenkoeken in Rochester en dan volgt een flink staaltje "trek uw plan". Enkele kilometers ten zuiden van Rochester loopt de M2 via een lange viaduct over de Medway rivier. We moeten over die snelweg geraken maar alle aanduidingen over hoe je dit doet ontbreken. Volgens de kaart loopt de fietsroute met de brug over de rivier en aan de overkant, dus anderhalve kilometer verder neem je een soort doorsteek waardoor je aan die kant van de rivier aan de andere kant van de snelweg uitkomt. Daarna fiets je aan de overkant van de viaduct terug naar hier. Het lijkt me crazy dat ze bij de bouw van dit viaduct geen klein tunneltje voorzien hebben. Dit kan toch niet! Of toch? Het absurde verhaal en de kaart wordt bevestigd door een ultraloper die net vandaar komt. Ok, dan doen we dat dan maar. Anderhalve kilometer de brug en de rivier over. Aan de andere kant is echter geen pad te bespeuren dat ons aan de goede kant zou kunnen terugbrengen. "Spelen ze met onze voeten" vragen we ons boos af. Maar..op een bankje zit Richard. Mountainbiker. Schilder. Afkomstig uit Maidstone. 70 jaar. Fit! 15 km rijdt hij met ons mee tot in Aylesford, waarna hij ons de rechte weg toont naar onze eindbestemming in Leeds Village. Bedankt Richard want door hem omzeilden we een lang steenpad door de bossen op de heuvelrug en ontdekten we mooie nieuwe asfaltwegen. En ook Richard ergert zich aan het absurde fietspadenbeheer in de UK. Veel geld steken in 500 meter gloednieuwe asfalt dat tot niets dient, maar geen geld voor het basisonderhoud van de bestaande paden. We kunnen hem enkel bijtreden terwijl we overhangende struiken proberen te vermijden.

Uiteindelijk komen we na 90 kilometer in Leeds Village in Kent. En de laatste kilometers zijn zwaar. Moest er plots een bord gestaan hebben met daarop "Innsbruck 5 km", wel ik zou het geloofd hebben. We hebben echt gesleurd om tot aan de BandB te komen. Maar... We zijn er.

Morgen: Bezoek aan Leeds Castle en dan naar Ashford.