donderdag 11 april 2019

Ik deel Prospectiereis dag 3 Lugo - SDC.docx met u

Gedeeld vanaf Word voor Android

woensdag 10 april 2019

Prospectiereis Spanje dag 2: Léon - Lugo

Na een verkwikkende nachtrust in Léon en een vroeg ontbijt, is het tijd om Léon verder te verkennen: de kathedraal staat op ons programma. Het bouwwerk stelt ons in haar gotische schoonheid niet teleur. De ranke zuilen van het middenschip ondersteunen een heel mooi driedelige opgang met een zuilengalerij, een triforium en daarboven een schitterende glaspartij. De lichtheid waarmee de ontwerpers in de 13 de eeuw dit gebouw opbouwden is gewoon indrukwekkend. Tel daarbij de straalkapellen, het koor en de mooie brandglasramen en je krijgt een gebouw waar je niet op uitgekeken geraakt. Je kunt bij de ingang ook een koptelefoontje meekrijgen die je in het Nederlands tekst en uitleg geeft (6 euro ingang).

We verkennen ook de Romaanse Sint-Isidorobasiliek. Hier zijn het de tongewelven die het dak ondersteunen.
Op de toeristische dienst, vlak tegenover de kathedraal leggen ze me enthousiast alles uit wat ik nodig heb om een autocarreis te organiseren: de autocarparking, de hotels en restaurants met vermelding van het maximum aantal gasten.
Vanuit Léon willen we vandaag vooral de route doen die we samen met onze kinderen fietsten in 2010. We rijden vanuit Léon richting Astorga en passeren langs Hospital de Orbigo waar we een omweg maken om de middeleeuwse brug over de Rio Orbigo te kunnen bewonderen. Eindelijk zie ik ze even zonder stellingen. Een hele mooie boogbrug die reeds in de middeleeuwen de pelgrims de gevaarlijke rivieroversteek bespaarde.

Astorga zelf is nog net zoals ik het me herinner. De mooie kathedraal en vooral het paleis van de Catalaanse architect Gaudi. Hij volgde de werken samen met de bouw van zijn Casa Botines in Léon. Het zijn de enige verwezenlijkingen van Gaudi buiten Catalonië. Op het marktplein dreunt de klok het uur. Een mechanisch mannetje en vrouwtje slaan daarbij met grote hamers op de klok.

Na Astorga trekken we verder de  heuvels in, richting de besneeuwde Cruz de Ferro en het bergdorpje El Acebo. Hier sliepen we ook in 2010. We zien overal pelgrims, meestal stappers en af en toe ook fietsers. Deze mensen zo zien stappen roept warme herinnering aan mijn eigen wandelavonturen bij me op. Daarna weer bergaf naar Ponferrada met zijn groot tempelierskasteel.

We maken een omweg naar een stukje Unesco Werelderfgoed: las Medulas. De oude Romeinse goudmijnen, die ze, laat ons eerlijk zijn, van de Kelten afpakten. Het zijn indrukwekkende, okerkleurige enorme afgravingen in de heuvels. De dagbouwmijnen lieten in het landschap grotten, groeven en rotskegels over die scherp contrasteren met het groen van de omringende heuvels. Zeer mooi om te zien en zeker de omweg waard.

Daarna is het weer lang klimmen naar Pedrafita de Cebreiro. Ik sta nog altijd in bewondering voor het klimwerk dan onze meisjes in 2010 presteerden. De klim blijft duren. Vanuit Pedrafita gaan we naar het oude O Cebreiro waar je nog authentieke palozzas kunt bezoeken. Het zijn oude woningen met een stenen basis en een rieten dak waarin mensen en dieren samenwoonden.

Over de besneeuwde Alto de San Roque en de Alto de Poio en dan de lange afdaling richting Samos en Sarria. Rond 20:15u bereiken we het bijzondere Lugo. Deze grote stad is nog volledig omgeven door zijn oude stadsmuren. Deze twee kilometer lange omwalling kun je volledig rondwandelen op de muren. Dat is voer voor morgen.

Eerst avondeten in de Café del Centro. Ik zet de angst voor bacalao van mij af en bestel eerst zamarinas (bonte kamschelpen, een soort kleine Sint-Jacobsschelpen in de oven gegaard met look) en daarna de bacalao van het huis. Gezouten kabeljauw met aardappelen, paprika en ajuin. Wonder boven wonder… ik vind het heerlijk. Weer een mirakel op de Sint-Jacobsroute: Wim eet graag vis

dinsdag 9 april 2019

Prospectiereis naar de Spaanse provincies rondom de Camino Francès, dag 1: Madrid-Léon

Om 12 :10 met ongeveer 15 minuten geland op de luchthaven van Madrid. Het duurt nog 45 minuten voor we eindelijk met onze bagage buiten staan, klaar om de huurwagen op te pikken. Deze keer kozen we voor Europcar. We krijgen een Seat Léon. Leuke wagen met, en dat is een groot voordeel, een Android Auto compatibele boordcomputer zodat we probleemloos de GoogleMaps-app van mijn smartphone kunnen laten communiceren met het beeldscherm van wagen. Nog even de instellingen goed zetten en we zijn vertrokken voor 375 kilometer richting het noorden, richting Léon.

De eerste drie kwartier rijden we door sterk verstedelijkt gebied maar onmiddellijk daarna wordt het landschap ruwer, opener, desolater en vooral zeer wijds. 40 kilometer ten noorden van Madrid doemt het « Monumento Nacional de Santa Cruz del Valle des los Caidos » op. Vooral het enorme kruis zie je al van kilometers ver. Het is een omstreden monument ter ere van de slachtoffers van de burgeroorlog. Ook republikeinen… voor zover kon aangetoond worden dat ze katholiek waren. We rijden er voorbij, maar dit gigantisch bouwwerk wil ik op de terugweg wel eens van nabij zien.

Ongelooflijk hoever je kunt kijken over frisgroene velden afgewisseld met het felle geel van de koolzaadvelden. Daartussen dan weer roestbruine bodems of gigantische, nieuw aangelegde wijngaarden. Zo gaan 375 kilometer verrassend snel. Slechts af en toe krijgen we regen, maar de meeste tijd rijden we onder een schitterende wolkenhemel die concurrureert met een azuurblauwe lucht. Je zou er zowaar poëtisch van worden. We blijven op de AP-6 en gaan via de Puerto de Guadarrama en Aravalo, Medina del Campo tot in Benavente waar we overgaan op de AP-66 richting Léon. In de verte duiken de besneeuwde toppen van het Cantabrische gebergte op. Een bergketen ontstaan door de botsing, miljoenen jaren geleden, tussen het Europese en Amerikaanse continent.

Om 18 :15u bereiken we het historische, verkeersvrije centrum. Ons hotel, Monistica Pax, ligt pal in het historische hart van de stad en omdat we er reserveerden mogen we de verkeersvrije straten binnenrijden tot aan de parking op de binnenkoer van het hotel. Centraler kunnen we niet zitten.

Snel bagage op de kamer zetten en dan de stad verkennen. Hier waren we ook in 2010, met de fiets op weg naar Compostella. Toen namen we niet genoeg tijd om Léon echt te verkennen. Nu wil ik dit goedmaken.

Eerst naar de schitterende gotische kathedraal, die jammer genoeg sluit om 19 :00u. Morgenochtend komen we terug naar deze grootste en mooiste kathedraal in Franse gotiek van gans Spanje. De kerk is vooral bekend voor zijn magnifieke brandglasramen. De westertorens zijn geïnspireerd op de kathedraal van Reims.

Als je de kathedraal weer uitstapt en naar rechts, om de kathedraal heen loopt kun je via een monumentale stadspoort aan de oude stadsomwalling komen. Langs de buitenkant krijg je een mooi zicht op de muren waarvan de oudste delen dateren van de Romeinse tijd, de eerste eeuw na Christus. 36 toren zijn er nog over. Via de Castillo del Castillo kom je weer de oude stad binnen en via de Basilica de San Isidoor bereik je de Palacia Guzman en de Casa Botines van de Catalaanse architect Gaudi. Dan weer links de hoofdstraat in en zo kom je weer aan de kathedraal. Morgen zijn alle musea en kerken weer open vanaf 09 :30u, we weten dus weer wat gedaan.

Een goede eettip : Topo, vlakbij de kathedraal op de hoek van Plaza de Regla.


woensdag 11 juli 2018

Dinant-Namur


Terug naar huis. Het verblijf in Dinant was in orde. Grote kamer met zicht op de voorbijstromende Maas. We zien de stroom die haar water vanuit Frankrijk richting Nederland duwt. Daarheen waar we vandaan komen. En zo is cirkel rond. We maakten vanuit Liège een grote lus langs de Ourthe en de Famenne om uiteindelijk stroomopwaarts de Maas terug te zien.

Dinant is ontwaakt uit zijn Rode Duivels-roes. Het ochtendlicht streelt de citadel en de kathedraal. Aldophe Sax zou er wel een passende toon bij bedenken.


We steken de Maas over via de sluis. EuroVillo-route 5 loopt hier immers. Maar we worden onmiddellijk al verplicht om alle bagage van de fiets te halen. Een slimme ontwerper slaagde er immers in om de doorgang zo complex te maken dat de fiets er amper doorgeraakt. Goed hoor!


Voor de rest is de tocht langs de Maas ontspannend en mooi. Statige huizen langs beide oevers. Groen, grote tuinen. Ontdekkenswaardige kleine dorpen, zoals Bouvignes sur Meuse met zijn burcht, gotische kerk en zijn renaissance Spaans Huis.




Verder naar Profondeville en de aardbeiengemeente Wépion. We vergapen ons aan de indrukwekkende rustformaties en aan de kracht die de erosie door water heeft. We kijken verbaasd toe hoe de klimmers aan de overkant de effen rotswand veroveren. 



Ons einddoel voor vandaag is het levendige Namur. Leuke winkelstraten, eethuisjes en mooie gebouwen. De citadel kijkt op ons neer en ziet dat het goed is.




Gelukkig rijden er, ondanks de staking, treinen. Onze fiets past net in de lift naar de eerste verdieping van het stationsgebouw en dan weer in een andere lift naar de perrons. En zo zijn we dan weer op weg naar huis.
Anderhalve week fietsen levert ons leuke herinneringen op en de zekerheid dat er heel veel leuke en groene plekken overblijven in dit kleine land. Maar zoals zoveel dingen, best stoppen terwijl het nog leuk is. Zo blijft de herinnering perfect.

Wéris - Dinant

B&B La Vieille Ecole in Wéris https://www.la-vieille-ecole.be/ is een aanrader. Heerlijk ontbijt in een omgebouwd klaslokaal, zeer vriendelijke uitbaters en dat alles in een groene omgeving.

De weg voor de middag heuvelde licht via Oppagne naar Ny en dan via een mooi geasfalteerd pad naar Hotton en Marche en Famenne. Deze stad heeft wel wat te bieden. Leuk centrum. 






Dan nog even verder naar Marloie. Maar dan begint het ware feest. Hoeveel keer reden we deze namiddag niet op en neer. 8% omhoog, daarna weer naar omlaag. Oneindig lijkt ons de klim vanuit Buissonville. Elke bocht in de weg verbergt weer een nieuwe klim. Verschillende keren dachten we "hoger kan niet, want daar staat een mast", maar neen hoor..hoger gaat het. En geen horeca in de buurt.








We bereiken éindelijk Leignon. Oorspronkelijk wilden we via Ciney naar Dinant, maar we beslissen om via de hoofdweg naar de Maas te rijden. De laatste, lange afdaling naar Dinant zorgt toch nog voor wat amusement.



Deze namiddag dachten we toch "waarom klimmen we hier als zotten?". Dus hadden Ria en ikzelf niet veel bedenktijd nodig. Morgen rijden we via de Maas naar Namur en donderdag nemen we dan de trein huiswaarts. Ahja, we moeten wachten tot donderdag want de treinen staken.

dinsdag 10 juli 2018

Rustdag in Durbuy

Vandaag rustdag en ook transfertdag. We konden maar één nacht blijven in B&B Barvaux. Gelukkig regelde de Nederlandse uitbater voor ons een kamer in B&B La Vieille Ecole in Wéris. 12 kilometer verder. Hij heeft onze bagage in de loop van de dag daarheen gebracht zodat we de handen vrij hadden om te kajakken van Durbuy naar Barvaux. Dat hebben we dan ook gedaan op onze duizendste gemak. Zalig dobberen en daarna lekker eten in Durbuy, wat slenteren door dit hypercommercieel stadje. Dat het tevens het kleinste stadje ter wereld is klopt niet. Die eer valt een Kroatische stad te beurt.




Ondanks het feit dat onze fietsen lichter rijden zonder bagage betekent dat nog niet dat ze volautomatisch klimmen. Uit Durbuy rijden we weg langs een steile helling. De calorieën van mijn jambonneau geraken snel verteerd. Een uur later naderen we Wéris. Nu pas begint bij mij een belletje te rinkelen. Dat is het dorp van de megalieten. Inderdaad, op ons traject passeren we er al twee en op 800m van de B&B ligt ook een heuse dolmen. De stenen lijken wel beton met grind in. Het gaat om puddingsteen. Door het soort kalk dat hier in de bodem zit ontstaat een soort natuurlijk cement waarin de keien en kiezels gehecht worden. De bewoners van deze streek deden tijdens de late steentijd zo'n 5000 jaar geleden al aan landbouw in deze vruchtbare gebieden en zetten deze megalieten recht. Indrukwekkend!





Wéris zelf blijkt een mooi dorp, met een romaans kerkje, mooie 18-19de eeuwse hoeven en een oud bakhuis op het plein.





Morgen wordt weer een fietsdag. We verleggen onze route naar Marche, Ciney, Dinant, Namur en zo naar Brussel.


Visé-Durbuy

De eerste kennismaking met het Waalse fietsroutenetwerk is zeer positief. Van Visé gaat het over de Maasbrug en dan via Route 7 of de "Meuse à vélo" naar Liège. We komen voorbij de oude staalfabriek. Ooit een bloeiend bedrijf. Nu is het triestig om te zien hoe het complex er werkloos bij ligt. Struiken groeien op het dak. Samen met de verdwenen scheepswerven in Temse is dit het tweede zichtbare bewijs van een veranderende economische realiteit.




In Liège is er volop ambiance op de Maaskade. De grote zondagsmarkt, samen met het muziekfestival "Les Ardentes" brengt veel volk op de been. We wandelen doorheen het centrum en via de Place Saint Lambert met zijn prinsbisschoppelijk paleis naar de kathedraal. Koffie op terras in de schaduw van de kathedraal. Ken je ze? Die garçons die de twee koffies opdienen, 4.80€, en dan zonder verpinken 5€ teruggeven op 10€. En vertrekken. Verdorie, als ik een fooi wil geven, dan zal ik dat wel zelf doen.








Over de fietsbrug gaat het naar het Parc de la Boverie aan de andere kant van de Maas, want even verder mondt de Ourthe uit in de Maas. Deze rivier wordt de komende twee dagen onze leidraad. Via Tilff, Esneux, Comblain au Pont gaat het naar Hamoir. We volgen de Ravel 7. Goed aangeduid, ook bij de plaatsen waar door werken een omleiding wordt voorzien. Het is een zeer mooi traject. We volgen de meanders en genieten van het water, de bossen, de rotspartijen en de schaduwrijke fietspaden. Dit is heerlijk fietsgebied. Er is wel probleem met de afstandsaanduidingen. In Esneux is het 38 km naar Durbuy. Enkele kilometer verder, in Poulseur, is het plots nog 48 km. Als dat waar is, dan moeten we voortmaken, want dringt de tijd. Even verder is het plots nog 32 km?!?!






Even voor Hamoir ontmoeten we een koppel Brugse fietsers op weg naar Versailles. Ze komen net op tijd voor ons. De Ravel is hier immers nog niet compleet en het fietspad verandert in een 40cm breed steenpad. Is dit de goede weg? Volgens het boekje van de andere fietsers. Dus hobbelen we verder over rotsen en boomwortels. Gelukkig zijn we na 400m weer op de goede weg.

In Hamoir laten we ons verleiden tot een Dame Blanche op een terras op het kruispunt. Zo'n kabaal in dit dorp. Meerdere groep motards komen voorbij. Het decibelniveau stijgt tot asociale niveau's. Praten is onmogelijk. Waarom moeten die mannen zoveel lawaai produceren? Whoem, trekt er nog een onnodig de gashendel open. Sorry, maar als iets neigt naar egoïstisch gedrag, dan is het dit....

Vanaf Hamoir is het volgens de wegwijzer nog 11 km naar Durbuy. Vermits er nog steeds geen duidelijke fietsroute is nemen we de weg. Zoooooon lange stijgende helling. Amaai mijn voeten. Het zweet loopt van ons af. De scouts te fiets rijden honderd meter voor ons uit, zondet bagage wel te verstaan. We kunnen ze bijhouden. Zo oud en versleten zijn we dus nog niet😉 Gelukkig weten we uit ervaring dat na een klim steeds een afdaling volgt.

We bereiken Barvaux na een lange afdaling. Joepie! Maar... volgens de Nederlandse uitbater van B&B Barvaux http://benbbarvaux.be/ ligt de B&B "hoog". Ja, santé...de weg uit Durbuy gaat voor ons schijnbaar loodrecht omhoog. Zo steil... Met trillende benen geraken we aan het eerste kruispunt en dan rechtsaf. Gelukkig vermindert het stijgingspercentage. Even verder dalen we zelfs weer om Bohon binnen te rijden. De uitbater begroet ons hartelijk. Het verwarmde zwembad staat klaar.


Omdat we deze namiddag zoveel kajakkers zagen op de Ourthe, willen we ook wel een rustdag inlassen. Jammer genoeg is de B&B morgen volboekt. Maar, hij kent een collega in Wéris. Tja, als hij morgen onze bagage tot daar kan brengen terwijl wij kajakken dan... En zo geschiede....morgen gaan we kajakken in plaats van te fietsen.

We zien het niet meer zitten om nog naar beneden te gaan naar Barvaux om te eten, maar de brasserie van het zwembad van Bogon serveert verrassend lekkere Luikse balletjes. Het perfecte einde van een zeer afwisselende dag met een Durboyse Blonde.