donderdag 2 november 2017

Het inschatten van je dagafstanden

Je kent dat gevoel wel. Je bereidt je fietsreis voor en je tuurt urenlang naar de kaarten. Hoe weet je in hemelsnaam hoeveel kilometer je per dag zult kunt afleggen? Geraak ik op één dag in Birmingham of net niet? Wat is realistisch? Als je daarenboven op voorhand je overnachtingsplekken wilt vastleggen moet je toch minstens een idee hebben van de mogelijke dagafstanden. Als je die overschat dan kan je fietsreis uitdraaien op een stressende strijd tegen de klok. En dat willen we bovenal vermijden. De vraag is dus: wat is de gemiddelde fietssnelheid? Als je weet hoeveel tijd je per dag op de fiets wilt zitten, dan weet je onmiddellijk hoever je die dag kunt fietsen.

 

We zijn voor het antwoord op deze vraag in onze archieven gedoken. En wat blijkt: onze gemiddelde snelheid ligt op 10 à 11 km per uur. Er zijn uitschieters tot 13 kilometer per uur mar dan zaten de omstandigheden 100% in ons voordeel. Dat klinkt zeer weinig. Vandaar dat we ook even achter de verklaringen aangingen. Die gemiddelde snelheid is het resultaat van een combinatie van factoren.

 

De beste manier om je optimale aantal dagkilometers in te schatten is nog altijd: oefenen. Door op de fiets te zitten leer je best wat haalbaar is voor jou. En oefen ook eens met een volledig bepakte fiets. Je staat versteld van de impact van je bagage op de gemiddelde snelheid. Ondanks je ervaring zijn er nog heel wat factoren die je gemiddelde snelheid zullen beïnvloeden.

 

Ten eerste: wat wil ik die dag doen? Een fietsvakantie is in de eerste plaats een belevenis, een ontdekkingstocht, een plezier. Laat voldoende ruimte om interessante plekken te bezoeken, om te genieten van het landschap of om een praatje te slaan met de locals. Wij hebben echt geen zin om van onze fietsvakanties speedraces te maken. En je stopt ook al eens om de innerlijke mens te versterken met spijs en drank. Ook winkelen en picknicken moeten gebeuren. Hou bij de planning rekening met de bezienswaardigheden waar je voorbijkomt en kijk eens naar de openingsuren van de musea of parken, want niets is zo frustrerend als telkens weer voor gesloten deuren te staan.

 

Ten tweede: mik op die plaatsen waar de kans op een voor jou geschikte overnachtingsplek groot is. Ben je een kampeerder, kijk dan op de kaart waar de campings liggen en focus je op die plekken. Wil je een hotel, dan bestaan er ook voldoende websites en gidsen om op voorhand te zien waar de hotels liggen (Booking.com, de toeristische diensten, Google Maps,…). Dan is het aan jou om te antwoorden op de vraag: “stop ik na 70 km omdat hier een camping is of doe ik er nog 35 bij tot aan de volgende camping?”. Trouwens, als je geen slaapplek op voorhand boekte, dan dien je er ook rekening te houden met je eventueel hopeloze zoektocht langs ontelbare hotels. Boekte je wel een hotel of kamer, pin je dan niet vast op een te vroeg aankomstuur. Het levert enkel stress op voor jezelf. Je koopt gemoedsrust door de hoteluitbater te laten weten dat je waarschijnlijk rond 20 uur aankomt en niet om 16 uur.

 

Ten derde: hou rekening met het reliëf. Het hoeft geen betoog dat je in de vlakte sneller zult fietsen dan in een sterk heuvelachtig gebied. Vele fietskaarten en fietsgidsen geven overzichtelijk reliëfkaarten waarop je duidelijk kunt zien waar geklommen en gedaald wordt. Ook op Google-maps kun je, -eens je een traject koos-, de hoogteverschillen zien. Hou er wel rekening mee dat de schaal variabel is. Kijk dus goed naar de hoogtemeters aan de rechterkant. Hou bij het inschatten van je dagafstand in berggebied rekening met je eigen capaciteiten. Staat er klimwerk op het programma, respecteer dan je lichamelijke limieten. Het is echt niet nodig om als een razende gek een beklimming te doen als je de volgende dag geradbraakt verder moet fietsen. Doseren, pauze nemen, rustig verder trappen. Maar dat vergt tijd en die tijd moet je in de planning voorzien. Ik gebruik die hoogteprofielen ook om een stopplaats te bepalen. Ik geef er de voorkeur aan om op dag 1 net dat tandje bij te steken om op de top van een heuvel te kunnen overnachten en dan de volgende morgen onmiddellijk aan de afdaling te kunnen beginnen. Ik geef toe, het is puur psychologisch.

 

Ten vierde, als fietser ben je overgeleverd aan de natuurelementen, regen en wind. Wind is natuurlijk variabel, maar tijdens het voorbereiden van een fietsvakantie kijk ik ook graag naar de overwegende windrichtingen voor de streek waar we doorheen gaan. Het woord “overwegende” is daarbij belangrijk. We weten allemaal dat de wind vaak de neiging heeft om net op jouw fietsdag even van richting te veranderen en je het leven zuur te maken. Maar toch, een verwittigd mens is er twee waard. Zo is er de website van Windfinder (https://www.windfinder.com/#3/52.5170/13.4000) waar je voor heel wat plaatsen de overwegende windrichting en windsterkte kunt vinden. Ook op Windy.com vind je zeker je gading. (https://www.windy.com/?51.210,3.225,5,m:ePJaf2Z)

 

Ten vijfde: In welke omgeving fiets je. Landelijk of stedelijk? Op goede fietspaden? Of is de fietsinfrastructuur ondermaats? Lekker doortrappen op een fietssnelweg met een effen asfaltwegdek, dat gaat goed vooruit. Daarentegen zal het heel wat meer tijd vergen om te slalommen doorheen woonwijken, parken en bossen. Vergeet niet dat oversteekplaatsen en verkeerslichten ook voor fietsers gelden (J) en dus je gemiddelde snelheid naar beneden zullen brengen.

 

Ten zesde: hou er rekening mee dat je ook wel eens verkeerd rijdt. Het kan de besten overkomen.

 

Tenslotte… Hoe is het met de benen gesteld? Dat ene glaasje wijn teveel de vorige avond doet er echt geen goed aan en die dubbele portie eieren met spek blijft net dat beetje te lang op je maag liggen zodat je ’s morgens niet echt op dreef geraakt. Het zit niet alleen in de beenspieren maar soms ook in het “kopje”.

 

 

 

Wim Demey

 

Blog: http://wimenrianaarcompostella.blogspot.be/

 

 

1 opmerking: